Hartslagzones zijn een veelgebruikt hulpmiddel om trainingen gericht te sturen. Maar welk model kies je: 3, 5 of 6 zones? En wat betekenen die zones eigenlijk fysiologisch? In deze scholing leer je op evidence-based wijze hoe hartslagzones werken en hoe je ze effectief inzet in trainingsschema’s.
Je start de dag met een overzicht van de energiesystemen en de belangrijkste fysiologische drempels, de thresholds die bepalen hoe het lichaam omgaat met inspanning. Daarbij leg je de link met wat er in de spieren gebeurt, zodat je begrijpt wat je meet én wat het betekent.
Als fysio of sportprofessional werk je regelmatig met sporters die willen presteren of revalideren. Daarom leer je hoe je hartslagzones kunt bepalen, met én zonder ademgasanalyse. Je verdiept je in de lactaatcurve en ontdekt hoe non-invasieve methoden kunnen helpen in de praktijk, inclusief de voor- en nadelen daarvan.
Daarna ga je aan de slag met het koppelen van hartslagzones aan trainingsdoelen. Wat train je precies in zone 2, en waarom hoort HIIT ook thuis in een goed trainingsprogramma? Je leert hoe je de fysiologische prikkel vertaalt naar concrete trainingsvormen.
De dag sluit je af met casuïstiek: eigen voorbeelden uit de praktijk waarin je de opgedane kennis toepast. Zo vertaal je de theorie direct naar jouw werkwijze, met ruimte voor vragen, reflectie en uitwisseling met collega’s.





